Bij sommige dingen krijg je een gebruiksaanwijzing. Bij een nieuw apparaat bijvoorbeeld. Of een kastje dat je zelf in elkaar moet zetten. Je leest hem, volgt de stappen en als het goed is werkt het.
Mijn lichaam heeft ook een gebruiksaanwijzing. Alleen kan ik hem niet altijd lezen.
Soms denk ik dat ik inmiddels best aardig weet hoe het werkt. Ik ken mezelf tenslotte al een tijdje. Ik weet wat meestal goed gaat en waarvan ik achteraf denk: tja, dat was misschien niet zo’n handig idee.
Maar dan verandert er iets. Of doet mijn lichaam ineens iets anders dan ik had verwacht.
De ene dag lukt iets prima en de volgende dag blijkbaar niet. Wat gisteren een goed idee was, kan vandaag zomaar te veel zijn.
Hoe dan?
Dat is een vraag die regelmatig voorbij komt. En niet alleen in mijn eigen hoofd.
We stellen elkaar namelijk nogal vaak de vraag: Wat heb je nodig?
Op het werk. Bij re-integratie. Maar ook thuis, in een gesprek met een partner, vriend of familielid.
Een heel logische vraag. Vaak ook een heel goede vraag.
Maar soms is het antwoord gewoon: “Ik weet het niet.”
Niet omdat iemand niet wil meewerken. Niet omdat iemand geen oplossing wil. En ook niet omdat iemand moeilijk doet. Maar omdat je het simpelweg nog niet weet. Of omdat wat voorheen werkte, nu niet meer werkt. Je weet misschien wel dát iets niet werkt. Dat iets te veel energie kost. Dat je ergens tegenaan loopt.
Maar wat dan wél helpt? Dat moet je soms nog uitzoeken. En dat uitzoeken gaat niet altijd achter een bureau. Soms moet je iets proberen. Kijken wat er gebeurt. Aanpassen.
Nog een keer proberen. En soms kom je er pas achteraf achter wat je eigenlijk nodig had.
Toch verwachten we vaak dat iemand dat antwoord al heeft.
Wat heb je nodig om dit vol te houden?
Wat kunnen we aanpassen?
Wat zou voor jou werken?
Alsof iedereen ergens een keurige gebruiksaanwijzing heeft liggen. Was dat maar zo!
Was het maar zo overzichtelijk.
Mijn gebruiksaanwijzing heeft rafelranden. Er ontbreken pagina’s. Sommige stukken staan in een schrift dat ik gewoon nog niet kan ontcijferen. En af en toe staat er iets waarvan ik denk: dit kan toch niet de bedoeling zijn?
Misschien is dat wel het lastigste van leven en werken met een kwetsbare gezondheid.
Dat je niet alleen moet leren omgaan met wat je lichaam doet, maar ook regelmatig wordt gevraagd om uit te leggen wat je nodig hebt. Terwijl je dat zelf soms nog aan het ontdekken bent.
Ook in begeleiding stellen we die vraag vaak. Terecht. Maar misschien mogen we er wat vaker bij bedenken dat het antwoord niet altijd al klaar ligt. Soms moet iemand eerst ervaren, proberen en uitzoeken wat wel en niet werkt.
Daarom mogen we wat vaker ruimte laten voor een ander antwoord dan een kant-en-klare oplossing. Niet alleen: “Wat heb je nodig?” Maar ook: “Zullen we samen eens kijken wat misschien zou kunnen helpen?”
Dat is een andere vraag. Eentje waarbij je niet eerst je eigen gebruiksaanwijzing hoeft te hebben gelezen voordat je aan het gesprek mag beginnen. Misschien bestaat die gebruiksaanwijzing helemaal niet uit een vast aantal pagina’s. Misschien schrijf je hem gaandeweg. Met vallen en opstaan. Met proberen en aanpassen. Met soms een heel duidelijk antwoord en soms helemaal geen idee. En soms is “ik weet het nog niet” geen gebrek aan antwoord. Maar gewoon het begin van de zoektocht.


