Wijzigingen WIA voor LG: De toekomst van de WIA begint niet bij de WIA

Mijn columns zijn meestal gericht op mensen die leven met gezondheidsklachten en werk. Deze keer kies ik bewust een ander perspectief. Wat betekenen de veranderingen in de WIA voor werkgevers, leidinggevenden, HR-professionals en casemanagers? In deze column deel ik mijn visie vanuit de dagelijkse praktijk van verzuim, re-integratie en duurzame inzetbaarheid.

De toekomst van de WIA begint niet bij de WIA

“Wat betekenen de aangekondigde veranderingen in de WIA straks voor onze organisatie?” Die vraag krijg ik de laatste tijd regelmatig van werkgevers, leidinggevenden en HR-professionals.
Mijn antwoord is meestal verrassend eenvoudig: Misschien minder dan u denkt. En tegelijkertijd méér dan u denkt.

Minder, omdat nog niet duidelijk is welke voorstellen uiteindelijk werkelijkheid worden.
Méér, omdat onder vrijwel alle plannen dezelfde beweging zichtbaar is: meer aandacht voor preventie, vroegtijdige begeleiding en duurzame inzetbaarheid.

En eerlijk gezegd zie ik die beweging niet pas sinds de politieke discussie. Die beweging zie ik al langer in mijn dagelijkse praktijk. De vraag of iemand uiteindelijk in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft een belangrijk onderdeel van het gesprek.
Maar ik merk dat werkgevers, leidinggevenden en HR-professionals steeds vaker óók een andere vraag stellen: “Hoe zorgen we ervoor dat iemand, waar mogelijk, duurzaam inzetbaar blijft binnen onze organisatie?”
Voor mij is dát de beweging die ik zie.

De eerste twee ziektejaren maken het verschil

Welke politieke keuzes uiteindelijk ook worden gemaakt, de eerste twee ziektejaren blijven bepalend. Juist in die periode worden keuzes gemaakt die invloed hebben op duurzame terugkeer naar werk. Dat vraagt om meer dan het zorgvuldig volgen van de Wet verbetering poortwachter. Het vraagt om gesprekken over belastbaarheid, verwachtingen en passende werkzaamheden. Niet omdat de wet dat voorschrijft, maar omdat juist daar het verschil wordt gemaakt.

Achter de opbouw van uren schuilt soms een ander verhaal

In mijn werk spreek ik ook veel mensen die alweer aan het werk zijn. Op papier ziet het er vaak goed uit. De uren worden opgebouwd, taken worden uitgebreid en de agenda raakt weer gevuld. En dat is natuurlijk goed nieuws. Maar wanneer we verder praten, hoor ik soms iets anders. “Het lukt wel,” zeggen mensen dan. “Maar als ik thuiskom, heb ik nergens anders meer energie voor.”
Of:
“Ik houd het vol, maar alleen omdat ik in het weekend volledig moet herstellen.”
Dat zijn uitspraken die mij altijd even laten stilstaan. De vraag die ik mezelf dan stel is:
Vraagt het werk alle energie, of blijft er ook nog energie over om te herstellen, thuis te zijn en morgen opnieuw aan het werk te gaan?”

Ik vind dat de belangrijkste beslissing in een WIA-traject zelden door het UWV wordt genomen. Die wordt vaak veel eerder genomen. In het gesprek waarin iemand zich veilig genoeg voelt om eerlijk te zeggen: “Het lukt… maar het kost me alles.”
Voor mij is dat het moment waarop duurzame inzetbaarheid begint. Niet bij de beoordeling aan het einde van het traject, maar bij de eerlijkheid aan het begin.

Van beoordelen naar begeleiden

Misschien is dat wel de grootste verandering die ik zie. Niet alleen in de plannen voor de WIA, maar ook in de praktijk. Steeds vaker verschuift de aandacht van beoordelen naar begeleiden. Niet door alleen te kijken naar wat iemand niet meer kan, maar door samen te onderzoeken wat wél mogelijk is en welke voorwaarden daarvoor nodig zijn.
Dat vraagt om samenwerking.
– Van leidinggevenden die signalen van overbelasting herkennen.
– Van HR-professionals die ruimte creëren voor passende oplossingen.
– Van bedrijfsartsen en casemanagers die verder kijken dan procedures.
– En van medewerkers die zich veilig voelen om eerlijk te vertellen wat wel én niet lukt.

Je hoeft niet te wachten

De wetgeving is nog in beweging. Maar organisaties hoeven niet te wachten om zich voor te bereiden. Juist nu kunnen zij investeren in:

  • open gesprekken over belastbaarheid;
  • tijdige signalering van overbelasting;
  • passend werk dat aansluit bij mogelijkheden;
  • en goede samenwerking tussen alle betrokkenen.

Dat zijn investeringen die waarde houden, ongeacht welke politieke keuzes uiteindelijk worden gemaakt.

De echte voorbereiding

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit alle plannen die nu worden besproken.
De toekomst van de WIA begint niet bij de WIA. Ze begint veel eerder.
In het eerste eerlijke gesprek.
In de eerste kleine aanpassing van werkzaamheden.
In het moment waarop iemand zich veilig genoeg voelt om niet alleen te zeggen: “Het gaat goed.” Maar ook: “Dit houd ik alleen vol omdat ik thuis alles laat liggen.”

Juist daar worden de keuzes gemaakt die bepalen of iemand niet alleen terugkeert naar het werk, maar er ook duurzaam aan het werk kan blijven.

Deel dit artikel:

Of lees één van deze artikelen:

Waarom Playmobil?

“Waarom gebruik jij eigenlijk altijd Playmobil in je berichten?” Die vraag krijg ik vaker. En eerlijk gezegd moest ik daar zelf ook even over nadenken.

Lees verder »