Deze column verscheen in P-AL Magazine Zomer 2026
In mijn column ‘Uit de praktijk!’ in P-AL Magazine deel ik mijn ervaringen als coach. Gebaseerd op wat ik zoal meemaak, wat me opvalt of wat ik belangrijk vind om te delen.
Deze keer: Werkgeluk.
Werkgeluk is een groot woord voor iets wat vaak heel klein begint. In mijn werk stel ik daarom vaak een simpele vraag: wanneer was je laatste oké werkdag?
Niet perfect. Niet fantastisch. Gewoon… oké. En dan gebeurt er iets interessants. De aandacht verschuift. Weg van het grote plaatje, naar kleine momenten die vaak niet eens meer als waardevol worden herkend.
“Ik had een collega die even koffie voor me haalde.”
“Ik had een kort gesprek dat me raakte.”
“Ik was eerder klaar dan ik had gedacht.”
“Ik deed één taak en dat lukte gewoon.”
Het zijn geen spectaculaire antwoorden. Maar ze zeggen vaak meer over werkgeluk dan grote verhalen over droombanen.
Wat me opvalt in mijn praktijk, zeker bij mensen met chronische klachten, is dat werkgeluk vaak wordt gezocht in de wens. In hoe het zou moeten zijn.
Een fijne werkplek.
Genoeg energie.
Geen terugval.
Alles weer zoals vroeger.
Maar de werkelijkheid is meestal anders. Er is vermoeidheid. Beperking. Herstel dat grillig verloopt. En werk dat niet verandert omdat je dat graag zou willen. Daar ontstaat vaak spanning: tussen wens en werkelijkheid. En als die kloof te groot wordt, voelt zelfs een redelijke dag al snel als onvoldoende.
“Het ging niet goed genoeg.”
“Ik ben er nog niet.”
“Het zou eigenlijk anders moeten zijn.”
In mijn begeleiding probeer ik dat beeld te verschuiven. Niet door de lat hoger of lager te leggen, maar door anders te leren kijken.
Niet: hoe word ik weer gelukkig in mijn werk?
Maar: wat werkte er vandaag wél?
Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt iets anders van je aandacht. Je moet opnieuw leren zien wat er al is, in plaats van alleen wat ontbreekt. En dat zit vaak in kleine dingen.
– Een gesprek dat goed voelde.
– Een taak die lukte binnen de energie die er was.
– Op tijd stoppen in plaats van doorgaan.
– Of juist merken dat je iets meer kon dan je dacht.
Kleine stappen dus. Maar wel stappen die ertoe doen, juist omdat ze haalbaar zijn.
Wat ik mensen zie ontdekken, is dat werkgeluk zelden ineens terugkomt. Het ontstaat niet als grote doorbraak, maar als iets dat zich voorzichtig laat zien in het dagelijks werk. Soms heel even. Soms onverwacht. En soms pas achteraf, als je terugkijkt op de dag.
Misschien is dat ook wel realistischer. Niet streven naar een perfecte werkdag, maar leren herkennen wanneer een dag gewoon oké was. Of zelfs een beetje beter dan dat. En dat klinkt klein. Maar in de praktijk is het vaak precies groot genoeg om verder te kunnen.
Misschien is een “oké werkdag” soms precies groot genoeg.


