Handartrose: versnelling of handrem?

Deze column verscheen in P-AL Magazine Lente 2026
In mijn column ‘Uit de praktijk!’ in P-AL Magazine deel ik mijn ervaringen als coach. Gebaseerd op wat ik zoal meemaak, wat me opvalt of wat ik belangrijk vind om te delen.
Deze keer de vraag: “Handartrose: versnelling of handrem?”

Het is een vraag die ik vaak stel aan cliënten. Nu stel ik hem aan mezelf.

Mijn linkerhand doet pijn. Niet altijd. Niet de hele dag. Maar vaak genoeg om er rekening mee te houden. De dokter? Ik weet wel wat die gaat zeggen: handartrose. Zo’n keurig woord dat zich vooral laat voelen op momenten waarop je er níet op zit te wachten.

Zoals bij de hondenriem. Die moet je gewoon vastpakken. Niet over nadenken. Totdat “gewoon” ineens niet meer vanzelf gaat. Of ’s nachts, wakker worden van pijnscheuten.

En de sportschool. Daar merk ik het ook: de oefeningen die ik doe, worden echt lastiger. Bah. Terwijl ik best wat steviger zou willen sporten. Mijn hand protesteert, mijn hoofd mompelt excuses. En ik besef: dit is hoe het gaat.

Dan m’n fiets. Het is al een elektrische. Versnellingen die vroeger vanzelf gingen, zijn nu een tactisch spel geworden. Soms krijg ik de versnelling nauwelijks verzet. Dan zet ik ’m alvast op een standje waarmee ik in elk geval naar de supermarkt kan.

Autorijden … ook vervelend. Vooral de wat langere stukken. Het is een Mini Cooper automaat dus een kleine auto. Daar kan ik qua aanpassen niets aan verbeteren. Pijnlijk is het wel en ik wil niet tegen autorijden op gaan zien.

En ja… er is nog iets. Iets waar ik me wel voor schaam: sieraden. Ik hou van ringen, draag ze ook aan mijn linkerhand. En ja, soms ben ik een beetje bang dat dat straks niet meer gaat. Stom, hè? Maar ik durf het hier te zeggen: ik heb er écht ook last van. Niet groot, niet dramatisch, maar aanwezig.

Dat is hoe het gaat met dit soort klachten. Je past dingen aan voordat iemand anders het merkt. Je denkt vooruit: hoe houd ik dit vast, hoe krijg ik dat open, hoe kom ik straks weer thuis? En ondertussen zeg je tegen jezelf dat het wel meevalt. Want het is “maar” een hand. En het is “gelukkig” links (ik ben rechtshandig).

Handartrose is niet spectaculair. Je ziet het vaak niet. Het levert geen spannende verhalen op. Maar het zit in alles: aankleden, koken, fietsen, vasthouden, loslaten, sporten, ringen dragen en niet te vergeten: typen. In kleine momenten die samen gewoon je dag vormen. En in taken die je doet binnen de functie die je hebt.

Ik leer mezelf om mild te zijn. Om hulpmiddelen niet als nederlaag te zien, maar als slimme oplossingen. En om te accepteren dat aanpassen geen opgeven is. Het is meebewegen. Soms letterlijk, soms figuurlijk.

Uiteindelijk klaagt mijn hand soms, ik mopper terug, en samen fietsen we vrolijk door – met de versnelling alvast slim ingesteld. Want het leven zit vaak niet in grootse gebaren, maar in kleine aanpassingen die precies genoeg zijn.

Je wereld wordt niet ineens klein, hij schuift een beetje op.

Deel dit artikel:

Of lees één van deze artikelen:

Te snel re-integreren?

Weer aan het werk. Re-integreren. Het klinkt eenvoudig, maar in de praktijk roept het vaak juist veel vragen op. “Hoe weet ik of ik niet te snel opbouw? En waar moet ik eigenlijk op letten als ik weer begin?

Lees verder »

Eindelijk gaat het eens over handen

Tips en reacties n.a.v. mijn column “Handartrose” voor het P-AL Magazine. Mijn vraag “Waar loop je in het dagelijks functioneren tegenaan?” Heb je een tip of een inzicht waar een ander iets aan heeft?

Lees verder »

Handartrose: versnelling of handrem?

Mijn linkerhand doet pijn. Niet altijd. Niet de hele dag. Maar vaak genoeg om er rekening mee te houden. De dokter? Ik weet wel wat die gaat zeggen: handartrose. Zo’n keurig woord dat zich vooral laat voelen op momenten waarop je er níet op zit te wachten.

Lees verder »